‘Doordeweekse dingen’ is mijn blog. Over mislukte traktaties, dode poezen, drugsdealende astrologen, falend opvoeden, mijn ontmoeting met Conan de Barbaar en een existentiële crisis in Eurodisney.

Al ging de hele feministische heksenkring op haar hoofd staan, zijn zwembroek bleef aan

Blootcamping

zaterdag 1 oktober 2016, Pam van der Veen

Mijn moeder en haar vriendin gingen vroeger, eind jaren zeventig, naar Franse nudistencampings. De ‘blootcamping,’ zoals zij dat noemden, en mijn broertje en ik moesten mee. Het hoorde bij het feminisme en lesbies: kamperen tussen de blote tieten en kutten. Dat er ook blote piemels rondliepen, werd uit noodzaak door de vingers gezien. Kinderpiemels waren sowieso geen bezwaar, want daar kleefde nog geen historie van jarenlange vrouwenonderdrukking aan. Zo had mijn broertje die van hem onbevangen kunnen tonen, ware het niet dat hij zelf liever stierf dan dat hij één ontklede stap buiten de tent zette. Al ging de hele feministische heksenkring op haar hoofd staan – zijn zwembroek bleef aan. Zelfs een interventie van het rigide campingmanagement (“Les maillots de bain ne sont pas permis!!”) bracht hem niet op andere gedachten.

Ik kon wel leven met de blootcamping. Ik vond alles aan de lesbische vriendinnen van mijn moeder interessant, en had zelf nog geen beginnende borstjes of schaamhaar te verbergen. Intussen keek ik mijn ogen uit: naar hun onbeschaamde lijven, hun voluptueuze vetrollen of juist jongensachtige gespierdheid, naar hun zwabbertieten, theezakjes en erwten-op-een-plank, naar de bossen haar die doorgroeiden tot op hun dijen, hun korte pottenkapsels, de zilveren vrouwentekens aan kettinkjes om hun hals. Ze knuffelden en zoenden openlijk, rookten shag, beschilderden onze auto met kleurige bloemen, dronken liters lauwe wijn en lachten hun bulderlach. Ook barstten ze geregeld uit in luide groepszang (“Oh li-o-li-o-la, onze rijen groeien aan, en de ware feministen, de ware femini-histen”). Toen ik jarig was en er een hittegolf heerste, organiseerden ze een feest ín het water, met veldboeketten in afgeknipte plastic flessen, zoete watermeloenen en een cassettebandje van The Flying Lesbians. Ik werd twaalf en het was mijn laatste ongegeneerde naaktvakantie. Met de puberteit deed de schaamte zijn intrede en werd ik verdreven uit het paradijs, als Eva die een hap van de appel had genomen. Daar voegde ik me bij mijn broertje, mokkend bij de tent in mijn spijkerbroek, al vielen de mussen dood van het dak. Het jaar daarop gingen we kamperen met mijn vader, op een camping met textiel.

4 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Recent

Archief