‘Doordeweekse dingen’ is mijn blog. Over mislukte traktaties, dode poezen, drugsdealende astrologen, falend opvoeden, mijn ontmoeting met Conan de Barbaar en een existentiële crisis in Eurodisney.

Ademloos kijkt mijn gezin toe hoe ik achteloos de diepte in spring

Indruk maken

donderdag 20 juli 2017, Pam van der Veen

De duiktoren ligt vlak bij de kust. Drie Franse jongens staan er bovenop. Lachend duwen ze elkaar in de zee, die zo’n vijf meter onder hen ligt. Als ze boven komen, schudden ze hun haar naar achter en klimmen weer via de ladder omhoog. Ik sta tot mijn middel in de golven en zie de zon op hun natte lijven weerkaatsen. In gedachten sta ik zelf op de toren, fier rechtop, klaar om af te zetten, mijn man en dochtertje achter me op het strand. Met ingehouden adem kijken ze toe hoe ik kaarsrecht en achteloos de diepte in spring.

Ik laat me verder in het water zakken en zwem naar de toren. Ik hijs me op de onderste tree en klim de vijf meter omhoog. Als de jongens op het duikplateau mij zien aankomen, verstomt hun gelach en springen ze gedrieën. Over de planken glibber ik naar het randje. De wind wappert fel om mijn hoofd, beneden me glinstert het water, verder weg dan ik dacht. Het is hoog en het is diep. Ik meen de ogen van mijn man en kind in mijn rug te voelen. Ik kan niet meer terug.

Ik neem een diepe teug zuurstof en stap het luchtledige in. Met mijn benen tegen elkaar geklemd en mijn armen strak langs mijn lichaam doorklief ik het zeeoppervlak. Mijn nek knakt iets naar rechts, het zoute water dringt met grote kracht via mijn neusgaten mijn keel in. De druk op mijn oren is zo groot dat het lijkt alsof er iets knapt. Even is er niets dan richtingloosheid, donkerte en een bruisende paniek. Wild maai ik met mijn armen, gehinderd door mijn bikinitop die om mijn schouders gedraaid zit, tot ik kokhalzend weer boven kom. Ik klem me vast aan de voet van de toren, mijn ogen prikken, mijn oren suizen, de slok zeewater ligt als een steen op mijn maag. Als ik uitgehoest ben en mijn bikini weer recht zit, draai ik me om naar de kust. Ik speur het zand af, op zoek naar de bewonderende blikken van mijn gezin. Dan zie ik onze strandtas. Ernaast liggen drie lege handdoeken. In de verte lopen mijn man en dochter, met hun ruggen naar zee, richting strandtent.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Archief